de Bouw

In 1878 slaat bouwmeester Bleijs tot 17 meter diep proefpalen. De Franciscuskerk wordt gesloopt. De 360000 oude stenen zullen gebruikt worden voor de nieuwe kerk. Het orgel wordt in stukken uiteengenomen en bewaard op de zolder van het weeshuis.

Zijaangezicht Sint Cyriacus en Franciscuskerk

De panden Grote Noord 15 en 13 worden erbij gekocht, om meer ruimte te krijgen. Nummer 15 wordt gesloopt en nummer 13, de oude burgemeesterswoning, moet de nieuwe pastorie worden. Deze krijgt een nieuwe Bleijs-gevel. In 1879 wordt het contract met Bleijs getekend en op 16 maart 1880 wordt de eerste steen voor de kerk gelegd.

Kerk in aanbouw

Op 3 november van dat jaar had de kerk moeten worden opgeleverd, maar er was veel tegenslag. Het marmer kan niet op tijd worden geleverd, zodat het metselwerk gestaakt moet worden. Nog tijdens de bouw blijkt de fundering van een van de vier hoofdpijlers te verzakken, hetgeen men gelukkig kon herstellen. Toch niet helemaal afdoende kennelijk, want in 1934 moet de kerk tegen instorten van de koepel worden behoed door de pijlers in extra beton te zetten. Uiteindelijk wordt de kerk pas op 4 september 1882, met een vertraging van 669 dagen, opgeleverd. De aannemer moet hiervoor een boete betalen van 10 gulden per dag. Op 30 oktober 1882 wordt de kerk geconsacreerd door monseigneur Snickers. Op 7 oktober 1883 wordt het orgel gewijd en opnieuw in gebruik genomen.

Bouwmeester Bleijs woont dan inmiddels in Amsterdam aan de Haarlemmer Houttuinen, waar hij op 29 december 1882 de grote opdracht zal krijgen tot het bouwen – naar het Hoornse model – van de Sint Nicolaaskerk.